Grenzen in Oost-Europa

David Peskens (tekst en foto's)
Het is broeierig warm in Odessa. ’s Nachts komt de temperatuur niet onder de 30 graden. De camper voelt aan als een sauna, wat het onmogelijk maakt om de slaap te vatten. Na lang woelen blaas ik een luchtbed op en ga ik naast de camper liggen, onder een dun laken. Mijn vriendin blijft binnen. Het is helder en ondanks de lichtvervuiling van de stad zie ik duizenden sterren. Het lukt om in slaap te komen, maar niet veel later word ik gewekt door een vreemd gevoel aan mijn tenen. Nog slaapdronken meen ik het silhouet te herkennen van een van de katten die de hele dag rond de camper heeft gelopen. Nadat mijn ogen aan de duisternis zijn gewend, zie ik het beter: het is een vos die het laken bij mijn voeten weg wil trekken.

Onzeker

Een paar maanden eerder zwaaien mijn ouders mijn Letse vriendin Anna en mij uit, als wij beginnen aan een lange reis door Europa die ons langs de voormalige buitengrenzen van de Sovjet-Unie brengt. Voor mij is het een droom om deze kant van Europa te leren kennen. Als fotograaf ben ik meerdere keren in Oost-Europa geweest, maar had ik de tijd niet om de geschiedenis en cultuur dieper te doorgronden.
Anna en ik hebben tot dan toe geen enkele camperervaring en hopen dat onze speciaal voor de reis gekochte Peugeot J5 uit 1994 niet al te veel problemen gaat geven. Het voortraject heeft ons echter onzeker gemaakt. Bij de eerste de beste regenbui merkten we een lekkage in het dak op en ook de motor bleek niet helemaal in orde. De cilinderkop lekte, waardoor de motor helemaal uit elkaar moest om gerepareerd te worden. Afijn, beter nu dan tijdens onze reis, was daarbij onze gedachte.
Wat ons ook onzeker maakt, zijn verschillende mensen die ons waarschuwen voor de gevaren van het camperen, met name dat je een aantrekkelijk en makkelijk te herkennen doelwit bent voor dieven. Vooral het vrij kamperen zou riskant zijn. Verschillende buren met een camper vertellen verhalen over kennissen die zijn overvallen terwijl ze sliepen. We laten ons er niet door tegenhouden en zetten ons plan voort om zonder voorbereiding op pad te gaan. Onze enige houvast is de app Campercontact die we elke dag raadplegen om mooie plekken in de omgeving te zoeken.

Richting Rusland

We rijden in één ruk naar het midden van Duitsland, waar de reis echt gaat beginnen. We volgen de voormalige grens tussen Oost- en West-Duitsland, richting de Oostzee. Het is er opvallend groen: gedurende de Duitse scheiding was het grensgebied verboden terrein, waardoor de natuur kans heeft gehad om zich ongestoord te ontwikkelen. De Groene Band zijn de Duitsers het gaan noemen. De sporen van het verleden zijn op sommige plekken goed zichtbaar. Bijvoorbeeld tussen Duderstadt en Teistungen, waar wachttorens en overblijfselen van het ijzeren hekwerk laten zien hoe Duitsland jarenlang gesplitst is geweest. Langs de Oostzee wordt het wat drukker en toeristischer, ook al is het vakantieseizoen op dat moment nog niet aangebroken. Honderden Strandkörben staan nog te wachten om gehuurd te worden. Het is warm en tot lang na zonsondergang kuieren mensen over het strand en laten kinderen vliegers op. Iets wat tijdens de Duitse opdeling onmogelijk was. Het strand was verboden terrein en werd ’s nachts goed bewaakt door de grenspolitie met schijnwerpers en honden. Ook hier vind je musea die de verhalen vertellen van mensen die op vaak creatieve wijze probeerden te ontsnappen aan het Oost-Duitse regime.
Na zo’n twee weken onderweg te zijn geweest, bereiken we de eerste grote stad: Gdansk. Het oude centrum is erg mooi en levendig, maar het havengebied maakt nog meer indruk. Enorme verroeste schepen torenen hoog uit boven de werven. Vanuit hun buiken weerklinkt het gebonk op staal en het scherpe geluid van lasapparaten en slijpmachines. Het is hier waar Europese geschiedenis werd geschreven toen Lech Walesa in 1980 de vakbond begon die het begin van het einde van het communisme zou inluiden. Niet ver daarvandaan, op het schiereiland Westerplatte, viel ruim veertig jaar eerder het Duitse leger geheel onverwacht Polen binnen, waarna de Tweede Wereldoorlog uitbrak.
Een dag later praten we met Wieswa over de geschiedenis van Polen. We kamperen in zijn tuin, die hij tot kampeerterrein heeft omgebouwd. ’s Middags nodigt hij ons uit om in zijn huis zelfgemaakte pierogi van zijn vrouw te komen eten. Hij vertelt over het verschuiven van grenzen en landonteigeningen. Maar liever heeft hij het over het nu, over de vreugde die hij krijgt van mensen uit heel Europa die bij hem komen kamperen.
We zijn dicht bij het eerste stukje Rusland, maar omdat we geen visum hebben voor Kaliningrad, rijden we eromheen. Langs de grens is de spanning tussen de EU en Rusland duidelijk merkbaar. Meerdere malen worden we staande gehouden door grenspolitie. En in Litouwen zien we een volledig nieuw hekwerk, dat is neergezet om de dreiging vanuit Rusland te verminderen. Rusland ziet het vooral als een onvriendelijk gebaar. Maar op deze symbolische maatregelen na is van de spanning weinig te merken en genieten we van het glooiende landschap dat ons richting de Baltische Zee leidt. We zijn inmiddels helemaal gewend aan het camperleven. Via het havenstadje Klaipeda en de populaire badplaats Palanga rijden we richting Letland. De camper werkt uitstekend en omdat wildkamperen is toegestaan in de Baltische staten, staan we onbezorgd vrij op de mooiste plekken. Tot we een plek aan de oever van een fraai meer kiezen. Terwijl we bijna ingedut zijn, horen we een aantal auto’s aan komen rijden. Het is even spannend als een paar jongemannen uitstappen en met zaklampen naar ons toe lopen, maar al snel blijkt dat ze alleen maar willen feesten. Het is vrijdagavond en we hebben precies hun weekendhangplek uitgekozen. Het blijkt uiteindelijk de enige keer te zijn op deze reis dat we ons echt niet op ons gemak voelen.
Iets noordelijker, in de havenstad Liepāja, slapen we op een golfbreker en kijken we uit over verschillende bunkers uit de Russische tsarentijd, die langzaam door de zee worden opgeslokt. We zien ook steeds duidelijker dat we Rusland naderen. Het centrale punt van de wijk Karosta wordt gevormd door een enorme orthodoxe kerk met gouden koepels en rond de omliggende Sovjet-flats wordt voornamelijk Russische gesproken.
Wanneer we de meest noordoostelijke punt van de reis bereiken, kunnen we Rusland eindelijk met eigen ogen zien. Een rivier scheidt de Estse stad Narva van het Russische Ivangorod. Aan weerszijden van de rivier staat een enorm fort.

Andere wereld

Het avontuur begint echt als we via de Letse stad Daugavpils de grens oversteken naar Wit-Rusland. De camper wordt aan een grondige controle onderworpen door een douaneambtenaar die ogenschijnlijk nog nooit een huis op wielen heeft gezien. Het is duidelijk dat we een deel van Europa inrijden dat niet gewend is aan camperaars. Nadat een collega een tweede controle heeft uitgevoerd en Anna in haar beste Russisch het papierwerk heeft ingevuld, kunnen we vier uur later onze weg vervolgen. Onderweg naar de stad Rasony rijden we door uitgestrekte natuurgebieden en kleine dorpjes. We zien een roedel edelherten aan een bosrand en de weinige auto’s die we tegenkomen, stammen vaak nog uit de Sovjettijd. Het is al donker als we in Rasony aankomen. Gelukkig krijgen we van de hoofdagent toestemming om voor het politiebureau te overnachten. De volgende ochtend ontwaken we in een met mist omhulde stad en beseffen we dat we in een andere wereld terecht zijn gekomen. Het communisme laat zich direct in het straatbeeld zien: borstbeelden van Lenin, piekfijn onderhouden monumenten om de gevallen patriotten in de Tweede Wereldoorlog te herdenken en schilderingen met de bekende hamer en sikkel.
Omdat we voor zeven dagen een visum hebben, maken we veel kilometers. Via Vitebsk, een prachtig op een heuvel gelegen grote stad, rijden we dwars door het land naar de hoofdstad Minsk, waar we overnachten op het terrein van een militair openluchtmuseum, een van de vier camperplaatsen die het land rijk is. De mooiste overnachting volgt echter een dag later, als we in een dorpje naast het nabijgelegen Nalibokiwoud Aleksey ontmoeten. Hij nodigt ons uit om de camper in zijn tuin te zetten. Even later zitten we met de rest van het gezin aan tafel en eten we soep met brood, waarna we de avond besluiten in de sauna die hij speciaal voor ons heeft warmgemaakt. Voor we de volgende dag naar Brest vertrekken, krijgen we eerst nog potten soep en ingemaakte groenten mee.
De grensovergang naar Oekraïne verloopt een stuk soepeler. Vlak voor Kiev stoppen we even om de weg naar onze camperplaats te zoeken. Als we weer verder willen rijden, gebeurt precies waar we bang voor zijn: niets. De camper wil niet meer starten. Het lot is ons echter gunstig gezind. Wonderbaarlijk genoeg staan we recht voor een Bosch Carservice geparkeerd. Een monteur sleept ons direct de garage in en vier uur later is de kapotte startmotor vervangen. Iets noordelijk van Kiev bezoeken we de relatief moderne stad Slavoetytsj. Deze werd na de kernramp van Tsjernobyl gebouwd om de inwoners van het onbewoonbaar verklaarde Prypjat te huisvesten en heeft betere voorzieningen en een hogere levensstandaard dan de meeste andere Oekraïense steden. Elke wijk heeft bijvoorbeeld een eigen kinderopvang en school. Veel jonge gezinnen trekken om die reden nog steeds vanuit Kiev naar de stad toe. Toeristisch is het er helemaal niet. We mogen voor een klein bedrag overnachten op de parking van een hotel, dat voornamelijk plaats biedt aan buitenlandse werknemers van de kerncentrale in Tsjernobyl, die nog steeds moet worden onderhouden. Vervolgens rijden we in een rechte zuidelijke lijn naar Odessa aan de Zwarte Zee.
Voor we de kustlijn volgen naar Bulgarije, maken we een omweg via Moldavië en Roemenië. Daarvoor moeten we eerst door het niet-erkende land Transnistrië, dat officieel bij Moldavië hoort, maar aan alle eisen van een eigen staat voldoet: een eigen bestuur, politiemacht, munt, grens enzovoorts. Het heeft na de val van de Sovjet-Unie nooit afstand willen doen van Rusland en dat merk je tot op de dag van vandaag. Net als in Wit-Rusland is de Sovjetsymboliek veel op straat te zien. Wat ook opvalt is de verkeerspolitie die voortdurend auto’s staande houdt en controleert. Het overkomt ons ook. De mensen zijn hier duidelijk niet gewend aan campers, want overal waar we staan, worden we aangekeken en in dorpen rennen kinderen schreeuwend van plezier achter ons aan. In het begin voelt dit ongemakkelijk, maar al snel wennen we eraan. En het doet ons ook beseffen dat we sinds Wit-Rusland nauwelijks andere campers gezien hebben. Moldavië zelf voelt direct gastvrij aan. De politie is er in ieder geval een stuk behulpzamer. Terwijl we in de schemering langs de weg staan om een slaapplek te zoeken, tikt een agent op het raampje om te vragen of hij ons van dienst kan zijn. Hij wenkt naar een weide aan de andere kant van de weg. “Daar kunnen jullie prima staan, het uitzicht is er heel mooi. Ik kom over een uur nog eens terug om te kijken of alles goed is. Jullie zijn hier veilig. Trouwens, mijn naam is John, ik ben hier om jullie te helpen.” Hij heeft gelijk, het heuvelachtige landschap is schitterend. Het vormt het decor van tientallen orthodoxe kloosters, gebouwd op de mooiste plekken, waar een serene rust heerst. We bezoeken er een aantal.
Hierna rijden we naar Roemenië, door eenzelfde soort landschap. Niet zo gek, want deze regio heet ook Moldavië. Langzaam wordt het echter bergachtiger en we bereiken de machtige bergen van de Karpaten in Transsylvanië. Halverwege de eerste berg die we oprijden zien we gelijk een van de vele beren die in het gebied leven. Voorheen werden ze gevangen om als dansbeer door het leven te gaan, maar die tijd is gelukkig voorbij. Terug in het dal rijden we over een steeds kleiner wordend grindpad door een smalle kloof een vallei in. Enkel het geluid van een klaterend riviertje is er hoorbaar. Als de avond valt, wordt de stilte doorbroken door de bronst van een roedel edelherten. Het zware, burlende geluid van de mannetjes galmt door de vallei terwijl we brandhout verzamelen voor een kampvuur. Daarbij krijgen we onverwacht hulp van een Roemeense familie uit een nabijgelegen berghuisje. Even later zitten we met zijn allen rond het vuur en drinken we door de familie gestookte rakija en eten we pannenkoeken en varkensvlees. We verlaten de bergen via de wereldberoemde weg Transfagarasan, door het tv-programma Top Gear uitgeroepen tot de mooiste weg van de wereld. De camper verteert de hoogtemeters uitstekend. In Bulgarije keren we weer terug naar de Zwarte Zee. Via havenstad Varna volgen we de hele kustlijn naar het zuidoostelijkste punt van onze reis: het piepkleine dorpje Rezovo, gelegen aan een baai op de grens met Turkije. Doordat het door rotsen is omgeven, is de sfeer er heel anders dan in de meeste dorpen en steden langs de Zwarte Zee die wel zandstranden hebben. Die worden inmiddels gedomineerd door grote hotels en campings. In Rezovo lijkt de tijd te hebben stilgestaan. De huizen zijn simpel, kleine vissersbootjes liggen langs de kust aangemeerd er lopen grote zeugen over straat. Het leven is er eenvoudig, vertelt … Hij groeide op in het dorp maar is net als de meeste jongeren naar de grote stad vertrokken. Af en toe komt hij terug om zijn vader te helpen met het onderhouden van het huis. Hij hoopt dat Rezovo uit de greep van het toerisme blijft, ook al is er geen werk meer te vinden. De nog natuurlijke kust zit in zijn hart. Als kleine jongen dook hij op gevaarlijke plekken van de kliffen om indruk te maken op de meisjes. Hij kent elke rots als zijn broekzak.

Voormalig Joegoslavië en Albanië

Het laatste gebied dat we bezoeken is voormalig Joegoslavië. Het Balkangebied kent een roerige geschiedenis. Verscheidene volken met verschillende religieuze achtergronden leven door elkaar heen, wat vaak tot conflicten heeft geleid. De gevolgen hiervan zijn nog steeds te zien en te voelen. Veel indruk maakt de begraafplaats nabij Srebrenica in Bosnië en Herzegovina, waar duizenden moslimmannen zijn begraven die door het Servische leger zijn vermoord na het uiteenvallen van Joegoslavië. In het tegenoverliggende boetiekje raken we in gesprek met … die haar ontroerende levensgeschiedenis vertelt, waarin ze bij die gebeurtenis haar man en zoon is verloren. Nu doet ze er alles aan om het leven van haar dochter en kleinkinderen zo goed mogelijk te maken. Sinds de tragedie is ze altijd blijven werken en heeft ze nooit meer vakantie genomen. Zolang ze iets te doen heeft, hoeft ze niet aan het verdriet te denken. Daarvóór zijn we getuige geweest van een ander conflict in Skopje, de hoofdstad van Noord-Macedonië. Het land heette op dat moment nog gewoon Macedonië. In een tentenkamp in het centrum grijpen activisten elke gelegenheid aan om te vertellen over het onrecht dat het land wordt aangedaan door de Griekse eis om het land van naam te laten veranderen. Griekenland heeft namelijk een regio die Macedonië heet en wil verwarring voorkomen. Ze voelen het als een aanval op hun identiteit. Het laat maar weer eens de complexiteit van de regio zien.
In Skopje is ook de religieuze verscheidenheid goed te zien. Vanuit de historische, islamitische bazaar, waar jongens met dienbladen door de mensenmassa’s rennen om thee af te leveren, is het gigantische orthodoxe kruis in de omringende bergen te zien. Het werd gebouwd om tweeduizend jaar christendom te vieren. In de Bosnische stad Mostar deelt een rivier de stad in twee religieuze entiteiten: aan de ene kant staan alleen maar kerken van de katholieke Kroaten, aan de andere kant moskeeën en ook een oude bazaar van de islamitische Bosniërs. Het toonbeeld van de stad, de Oude Brug over de rivier, werd vernield in de oorlog en opnieuw opgebouwd en vormt nu de symbolische verbinding tussen de stadsdelen. In Albanië valt iets anders op: het landschap is bezaaid met oude bunkers. Onder leiding van dictator Hoxha bleef Albanië onafhankelijk. Terwijl het economisch slecht ging en het land steeds verder geïsoleerd raakte, werd Hoxha bang voor een buitenlandse invasie en liet hij 700 duizend bunkers bouwen. Dat er toen geen geld meer was om in wegen te investeren, is nog steeds te merken. De vering van de camper heeft flink te lijden van de diepe kuilen in de vaak onverharde wegen. Langs de kust is het wel genieten. Het hoogseizoen is inmiddels afgelopen, waardoor we de mooiste stranden voor ons alleen hebben. Veel natuurgebieden in de Balkan zijn nog relatief onbekend. In het meer ontwikkelde buurland Montenegro rijden we over een uitstekend geasfalteerde weg door het nationale park Durmitor. We zien wilde paarden door een ruig landschap, dat constant verandert. Van open stukken met kale rotsen en prachtige vergezichten naar een diepe kloof, op de Grand Canyon na de diepste kloof van de wereld. Het is inmiddels herfst en de bomen op de steile hellingen kleuren diepgeel en rood. De weg is er zo steil dat het ons pas na een paar pogingen lukt om de kloof weer uit te komen.
Hoe dichter we bij huis komen, hoe beter de infrastructuur weer wordt. In Montenegro, Bosnië, Kroatië en Slovenië zijn meer dan genoeg camperplaatsen en campings te vinden. Als we eenmaal de grens van Oostenrijk passeren en we weer op bekend terrein zijn, beseffen we pas wat voor avontuur we hebben beleefd. Onze vooroordelen kunnen we voortaan aan de kant schuiven. We zijn overal op een ontzettend vriendelijke manier ontvangen, hebben hulp gekregen op de momenten dat het nodig was en hebben mooie mensen ontmoet en prachtige gesprekken gevoerd.

Overnachtingen

De lijst met camperplaatsen: Duitsland
  1. Domitz
  2. Hitzacker
  3. Hitzacker
  4. Wohlenberg
  5. Stolpe
Oekraïne
  1. Odessa
  2. Odessa
Transnistria - Moldavia
  1. Butuceni (Old Orhei monastery)
  2. Butuceni (Old Orhei monastery)
  3. Milestii Mici (Parkeerplaats winery)
Roemenië
  1. Oltenesti (Parkeerplaats restaurant)
  2. Comanesti (Camping camperland)
  3. Busteni (Wildkampeerplek)
Bulgarije
  1. Obzor, Camping Zora
  2. Obzor, Camping Zora